Top-GtmL

Startpagina     Algemene Genealogie     Familiewapen     Stamboom     Achternamen     Steden informatie     Woordenlijst     Tijdlijn     Links

G  H  I  J  K  L
G
Gecompareert - Verschenen
Geld (van 1606 tot 1816) - Het muntsysteem van de Republiek bestond niet uit een systematisch opgebouwde reeks van muntwaarden, zoals we die heden ten dage kennen. Dit werd mede veroorzaakt doordat vele munten navolgingen waren van oude en buitenlandse munten. In 1606 werden aan de 17e eeuwse munten de volgende waarden toegekend:
Gouden Rijder
202 Stuivers
Zilveren Rijder
63 Stuivers
Gouden Daalder
76 Stuivers
Zilveren Dukaat
50 Stuivers
Goudgulden
60 Stuivers
3 Guldenstuk
60 Stuivers
Ned. Rijksdaalder
47 Stuivers
Gulden
20 Stuivers
Leeuwendaalder
30 Stuivers
Schelling
6 Stuivers
Daalder
30 Stuivers
Dubbele Stuiver
2 Stuivers
Florijn
28 Stuivers
Oord
1/4 Stuiver
 
 
Duit
1/8 Stuiver

In notariële akten en rekeningen werd een systeem gebruikt dat vergelijkbaar is met het systeem dat tot voor enkele decennia in Groot-Brittannië nog gangbaar was. De notering L.I.13.4 staat voor I gulden, 13 stuivers en 4 penningen (later ook wel 4 duiten). Men kan aan de rekeneenheden de volgende waarde toekennen:

Pond Vlaams
Gulden (munt)
Stuiver (munt)
Groot
Duit
Penning
I
6
I20
240
960
I920

 

I
20
40
I60
320

 

 
I
2
8
I6

 

 

 
I
4
8

 

 

 

 
I
2

Het plakkaat van 1606 had de muntslag sterk beperkt, maar in de 17e eeuw waren er nog steeds een aantal gewesten die zelf muntten. Groningen kende tot 1649 zelfs nog een eigen systeem, waarbij munten zoals de langenrok (8 stuivers), de flabbe (4 stuivers) en de jager (2 stuivers) in roulatie waren. De stuiver had hierbij de waarde van 8 plak en de oord een waarde van 2 plak.

Met het plakkaat van 1694 kwam er voorgoed een einde aan het zelfstandig optreden van de gewesten en steden op het gebied van de muntslag. Als algemene munt werd de gulden ingevoerd.
De 18e eeuw bracht eindelijk rust in het muntwezen. In 1702 volgde de sanering van alle kopergeld; alle koperen munten werden als duit benoemd. Opnieuw was het lange tijd rustig tot in 1816 na het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden, de eerste echte muntwet voor het gehele land in werking trad. Basis voor het nieuwe stelsel bleef de gulden, die echter niet langer was onderverdeeld in 20 stuivers van elk 8 duiten, maar in 100 centen.
Bron: Gids voor Stamboomonderzoek van Roelof Vennik
Gemellus - Tweeling
H
Hier (au) soir - Gister-(en)avond
Hier matin - Gister-(en)morgen
I
Infirmerie - (Frans) Ziekenhuis, Hospitaal
Inhumata est - Zij is begraven
Inhumatus est - Hij is begraven
Ioffer - Een ongehuwde of gehuwde vrouw uit gegoede stand
J
Junxi - Ik heb (in het huwelijk) verbonden
Joffer - Zie voor omschrijving bij Ioffer
Justicieren - Een doodvonnis voltrekken
K
Kneveler - Bier uitrijder
Kumper - Verfknecht
Kwartierstaat - Een kwartierstaat is een voorgeslacht in zowel mannelijke als vrouwelijke lijn. Omdat iedereen een vader en een moeder heeft, treedt in een kwartierstaat bij iedere generatie die wordt teruggegaan een verdubbeling van het aantal voorouders op. Elke voorouder wordt kwartier genoemd. De persoon waarvan de kwartierstaat uitgaat wordt proband of kwartierdrager genoemd.
Er zijn verschillende systemen van nummering voor een kwartierstaat ontwikkeld. De meest gebruikte nummering is die van Kekule, waarbij de persoon waarom het gaat, de proband, het nummer 1 krijgt. Diens ouders krijgen dan 2 en 3, de grootouders 4 t/m 7, enz. In dit systeem hebben alle mannen dus even, en alle vrouwen oneven nummers. De vader heeft steeds het dubbele nummer van wat zijn kind heeft. De moeder altijd één hoger dan de vader. Ook geeft het nummer van de eerste man in een generatie het aantal voorouders in die generatie aan (2, 4, 8, 16, enz.).
L
Lodder - Landloper
Loop - Loop is de oude benaming voor de ziekte Dysenterie
Aandoening veroorzaakt door bacillen (bacillaire dysenterie) of amoeben (amoebendysenterie), gekenmerkt door dunne ontlasting met slijm en bloed.
Bacillaire dysenterie
Darmontsteking veroorzaakt door een gram-negatieve, niet beweeglijke bacteriesoort die behoort tot de groep Shigellae. Shigellae leven voornamelijk in de darm van de mens en zijn niet wijdverbreid onder dieren. Besmetting geschiedt door direct contact met ontlasting via voedsel, gebruiksvoorwerpen, handdoeken en vliegen. De belangrijkste ziekteverschijnselen zijn: acuut begin, soms koorts, koude rillingen, buikpijn, kramp van de darmen, frequente dunne ontlasting, vaak met bloed, misselijkheid, braken, gevoel van malaise.
De behandeling bestaat uit een breedspectrum antibioticum. Verder een zacht dieet en voldoende vocht. In ernstige gevallen wordt vocht via een ader gegeven om dehydratie tegen te gaan.