Erszébet Drexler, 19191920 (aged 9 months)

Name
Erszébet /Drexler/
Given names
Erszébet
Surname
Drexler
Birth May 1919 27 27
Address: Wijk VIII
Residence from May 1919 to February 17, 1920 (aged 9 months)
Address: Örömvölgy utca 16, Wijk VIII (Diószeghy Sámuel utca)
Death of a fatherAlajos Béla Drexler
February 18, 192003:00 (aged 9 months) Age: 28
Address: Örömvölgy utca 16, Wijk VIII
Cause: Long griep (Influenza Tüdolöb)
Citation details:

Aktenummer: 673

Text:

Aktedatum: 20 februari 1920

Aangever: Andrasné Kundek

Extra informatie:

  • Moeder door aangever onbekend.
  • Opgegeven adres is van de schoonouders.

Zeer waarschijnlijk overleden aan de Spaanse griep (januari 1918 - december 1920).

Spaanse griepepidemie van januari 1918 - december 1920

In de zomer van 1918 stierven in Nederland de eerste mensen aan de Spaanse griep. In andere landen waren reeds duizenden mensen aan deze virusziekte overleden. Waar de ziekte precies is begonnen is niet duidelijk. Het eerste gedocumenteerde geval is dat van soldaat Albert Mitchell, die zich op 11 maart 1918 ziek melde in Fort Riley in de staat Kansas in de Verenigde Staten. De ziekte verspreidde zich met zeer grote snelheid door de wereld. Vanuit de Verenigde Staten naar het Oosten en vandaar uit weer terug naar het Westelijk halfrond. De Eerste Wereldoorlog was nog aan de gang en door de censuur kwamen eerst weinig berichten naar buiten over de ziekte. Alleen in Spanje, dat niet aan de oorlog deelnam, werd in de pers veel aandacht besteed aan de epidemie. De virusziekte werd in ander landen daarom al gauw de Spaanse griep genoemd.

Aangenomen wordt dat de oorzaak van de griep een gemuteerd varkensvirus uit China was. De griep begon met hoge koorts, hoesten, spierpijn en keelpijn. Gevolgd door extreme moeheid en flauwtes. Men verloor zoveel energie dat men niet meer kon eten en drinken. De ademhaling werd steeds moeilijker, gevolgd door de dood. Gruwelverhalen over de griep deden de ronde: een man hield een taxi aan, maar voordat hij in kon stappen was hij dood, een keeper in een voetbal elftal greep een bal uit de lucht en toen hij op de grond terecht kwam was hij dood door de Spaanse griep. Ook president Woodrow Wilson kreeg de Spaanse griep tijdens de onderhandelingen in Versailles in 1919, maar hij herstelde. Sommige historici stellen dat door zijn afwezigheid bij verschillende besprekingen de eisen aan het verslagen Duitsland strenger waren. Er kwamen veel nepmedicijnen op de markt, die beloofden de Spaanse griep te kunnen voorkomen of die de griep zouden kunnen genezen. Een effectief medicijn was niet aanwezig.

Naar schatting hebben meer dan een half miljard mensen de ziekte opgelopen. In India alleen al stierven 10 miljoen mensen aan de Spaanse griep. In totaal stierven tussen de 20 en 40 miljoen mensen aan deze virusziekte. Van de Amerikaanse soldaten in Europa stierf in 1918 de helft aan de Spaanse griep. Bij een normale griep worden vooral ouderen en anderen met een lage weerstand getroffen. Niet bij Spaanse griep: het waren vooral de mensen in de leeftijdsgroep van 20-40 jaar die overleden. In het voorjaar van 1919 was de griep uitgewoed. De griep epidemie was de ernstige uit de twintigste eeuw en was op jaarbasis gezien dodelijker dan de Zwarte Dood, waar in een jaar gemiddeld 2 miljoen stierven tegen de 20-40 miljoen in een jaar aan de Spaanse griep. Nog steeds is de precieze oorzaak van de Spaanse griep niet bekend, maar recente onderzoekingen bevestigen het vermoeden dat het is recombinant griepvirus is.

In Nederland stierven binnen enkele maanden 27.000 mensen aan de Spaanse griep. De meeste in de maande oktober (5506), november (16.960) en december (5321) van 1918. Hele gezinnen stierven. In de zomer van 1918 was een eerste golfje van Spaanse griep ons land overspoeld, maar het aantal slachtoffers bleef toen beperkt. Diegenen die in de eerste golf de griep hadden gehad, kregen in het najaar de griep niet opnieuw. In het laatste kwartaal waren de provincies Drenthe, Groningen en Overijssel relatief het zwaarst getroffen, met sterfte cijfers van 8,5, 5,9 en 5,2 doden per 1000 inwoners. Zuid-Holland had met 3,2 het laagste sterftecijfer van de Spaanse griep. Het cijfer voor geheel Nederland was 4,1. De meeste slachtoffers vielen in gemeenten met minder dan 20.000 inwoners en dan met name in gemeenten met slechte woonvoorzieningen. Veel mensen in het Noordoosten van Nederland woonden in eenkamerwoningen en daar sloeg de Spaanse griep vooral toe. Ook was de sterfte hoog in ziekenhuizen en psychiatrische inrichtingen waar mensen die griepverschijnselen vertoonden op één zaal werden verpleegd.

Een op de 250 Nederlanders overleed aan de Spaanse griep. Bij bezoeken aan kerkhoven ziet men nog steeds aan de grafzerken dat vele gezinnen binnen korte tijd hun familieleden verloren aan de Spaanse griep.

Sommige wetenschappers sluiten niet uit dat een dergelijke griepepidemie zich opnieuw voor kan doen. Het griepvirus blijft zich muteren en onder het voor het virus gunstige omstandigheden zou het zich sterk kunnen verbreiden. In 1997 werden in Hong Kong al het pluimvee afgeslacht om te voorkomen dat een griepvirus zich via varkens naar de mens zou kunnen verplaatsen. Men weet nu meer van de Spaanse griep en men is meer alert, maar een medicijn is er nog steeds niet.

British King
George V
from May 6, 1910 to January 20, 1936 (aged 16 years)

11ème président de la République Française
Paul Deschanel
February 18, 1920 (aged 9 months)

Bürgerkrieg
Russischer Bürgerkrieg
from 1917 to 1923 (aged 3 years)

Krieg
Lettischer Unabhängigkeitskrieg
from 1918 to 1920 (aged 0)

Krieg
Ungarisch-Rumänischer Krieg
from 1919 to 1920 (aged 0)

Krieg
Polnisch-Litauischer Krieg
1920 (aged 0)

Krieg
Irischer Unabhängigkeitskrieg
from 1919 to 1921 (aged 1 year)

Krieg
Türkisch-Armenischer Krieg
1920 (aged 0)

Krieg
Polnisch-Sowjetischer Krieg
from 1920 to 1921 (aged 1 year)

Death February 18, 192009:00 (aged 9 months) Age: 9 maanden
Address: Örömvölgy utca 16, Wijk VIII
Cause of death: Long griep (Influenza Tüdolöb)
Citation details:

Aktenummer: 672

Text:

Aktedatum: 20 februari 1920

Aangever: Andrasné Kundek

Opgegeven adres is van de grootouders.

Zeer waarschijnlijk overleden aan de Spaanse griep (januari 1918 - december 1920).

Spaanse griepepidemie van januari 1918 - december 1920

In de zomer van 1918 stierven in Nederland de eerste mensen aan de Spaanse griep. In andere landen waren reeds duizenden mensen aan deze virusziekte overleden. Waar de ziekte precies is begonnen is niet duidelijk. Het eerste gedocumenteerde geval is dat van soldaat Albert Mitchell, die zich op 11 maart 1918 ziek melde in Fort Riley in de staat Kansas in de Verenigde Staten. De ziekte verspreidde zich met zeer grote snelheid door de wereld. Vanuit de Verenigde Staten naar het Oosten en vandaar uit weer terug naar het Westelijk halfrond. De Eerste Wereldoorlog was nog aan de gang en door de censuur kwamen eerst weinig berichten naar buiten over de ziekte. Alleen in Spanje, dat niet aan de oorlog deelnam, werd in de pers veel aandacht besteed aan de epidemie. De virusziekte werd in ander landen daarom al gauw de Spaanse griep genoemd.

Aangenomen wordt dat de oorzaak van de griep een gemuteerd varkensvirus uit China was. De griep begon met hoge koorts, hoesten, spierpijn en keelpijn. Gevolgd door extreme moeheid en flauwtes. Men verloor zoveel energie dat men niet meer kon eten en drinken. De ademhaling werd steeds moeilijker, gevolgd door de dood. Gruwelverhalen over de griep deden de ronde: een man hield een taxi aan, maar voordat hij in kon stappen was hij dood, een keeper in een voetbal elftal greep een bal uit de lucht en toen hij op de grond terecht kwam was hij dood door de Spaanse griep. Ook president Woodrow Wilson kreeg de Spaanse griep tijdens de onderhandelingen in Versailles in 1919, maar hij herstelde. Sommige historici stellen dat door zijn afwezigheid bij verschillende besprekingen de eisen aan het verslagen Duitsland strenger waren. Er kwamen veel nepmedicijnen op de markt, die beloofden de Spaanse griep te kunnen voorkomen of die de griep zouden kunnen genezen. Een effectief medicijn was niet aanwezig.

Naar schatting hebben meer dan een half miljard mensen de ziekte opgelopen. In India alleen al stierven 10 miljoen mensen aan de Spaanse griep. In totaal stierven tussen de 20 en 40 miljoen mensen aan deze virusziekte. Van de Amerikaanse soldaten in Europa stierf in 1918 de helft aan de Spaanse griep. Bij een normale griep worden vooral ouderen en anderen met een lage weerstand getroffen. Niet bij Spaanse griep: het waren vooral de mensen in de leeftijdsgroep van 20-40 jaar die overleden. In het voorjaar van 1919 was de griep uitgewoed. De griep epidemie was de ernstige uit de twintigste eeuw en was op jaarbasis gezien dodelijker dan de Zwarte Dood, waar in een jaar gemiddeld 2 miljoen stierven tegen de 20-40 miljoen in een jaar aan de Spaanse griep. Nog steeds is de precieze oorzaak van de Spaanse griep niet bekend, maar recente onderzoekingen bevestigen het vermoeden dat het is recombinant griepvirus is.

In Nederland stierven binnen enkele maanden 27.000 mensen aan de Spaanse griep. De meeste in de maande oktober (5506), november (16.960) en december (5321) van 1918. Hele gezinnen stierven. In de zomer van 1918 was een eerste golfje van Spaanse griep ons land overspoeld, maar het aantal slachtoffers bleef toen beperkt. Diegenen die in de eerste golf de griep hadden gehad, kregen in het najaar de griep niet opnieuw. In het laatste kwartaal waren de provincies Drenthe, Groningen en Overijssel relatief het zwaarst getroffen, met sterfte cijfers van 8,5, 5,9 en 5,2 doden per 1000 inwoners. Zuid-Holland had met 3,2 het laagste sterftecijfer van de Spaanse griep. Het cijfer voor geheel Nederland was 4,1. De meeste slachtoffers vielen in gemeenten met minder dan 20.000 inwoners en dan met name in gemeenten met slechte woonvoorzieningen. Veel mensen in het Noordoosten van Nederland woonden in eenkamerwoningen en daar sloeg de Spaanse griep vooral toe. Ook was de sterfte hoog in ziekenhuizen en psychiatrische inrichtingen waar mensen die griepverschijnselen vertoonden op één zaal werden verpleegd.

Een op de 250 Nederlanders overleed aan de Spaanse griep. Bij bezoeken aan kerkhoven ziet men nog steeds aan de grafzerken dat vele gezinnen binnen korte tijd hun familieleden verloren aan de Spaanse griep.

Sommige wetenschappers sluiten niet uit dat een dergelijke griepepidemie zich opnieuw voor kan doen. Het griepvirus blijft zich muteren en onder het voor het virus gunstige omstandigheden zou het zich sterk kunnen verbreiden. In 1997 werden in Hong Kong al het pluimvee afgeslacht om te voorkomen dat een griepvirus zich via varkens naar de mens zou kunnen verplaatsen. Men weet nu meer van de Spaanse griep en men is meer alert, maar een medicijn is er nog steeds niet.

Family with parents
father
Alajos Béla Drexler & Onbekend (waarschijnlijk een tante van hem)
18911920
Birth: May 27, 1891 30 44Ferencváros, Boedapest, Hongarije
Death: February 18, 1920Józsefváros, Boedapest, Hongarije
mother
Mária Katalin Kúndek
18921920
Birth: February 4, 1892 39 34Józsefváros, Boedapest, Hongarije
Death: March 10, 1920Ferencváros, Boedapest, Hongarije
Marriage
Marriage: May 19, 1912Józsefváros, Boedapest, Hongarije
11 months
elder sister
Jolán Mária Drexler
19131980
Birth: April 24, 1913 21 21Józsefváros, Boedapest, Hongarije
Death: March 4, 1980Velp, Rheden, Gelderland, Nederland
22 months
elder brother
Alajos Béla Drexler (16.07.1933)
19151934
Birth: February 18, 1915 23 23Józsefváros, Boedapest, Hongarije
Death: September 5, 1934's-Gravenhage, 's-Gravenhage, Zuid-Holland, Nederland
4 years
elder brother
19181920
Birth: 1918 26 25Józsefváros, Boedapest, Hongarije
Death: May 24, 1920Ferencváros, Boedapest, Hongarije
17 months
herself
19191920
Birth: May 1919 27 27Józsefváros, Boedapest, Hongarije
Death: February 18, 1920Józsefváros, Boedapest, Hongarije
ResidenceBudapest City Archives
DeathBudapest City Archives
Citation details:

Aktenummer: 672

Text:

Aktedatum: 20 februari 1920

Aangever: Andrasné Kundek

Opgegeven adres is van de grootouders.

Zeer waarschijnlijk overleden aan de Spaanse griep (januari 1918 - december 1920).

DeathView

Spaanse griepepidemie van januari 1918 - december 1920

In de zomer van 1918 stierven in Nederland de eerste mensen aan de Spaanse griep. In andere landen waren reeds duizenden mensen aan deze virusziekte overleden. Waar de ziekte precies is begonnen is niet duidelijk. Het eerste gedocumenteerde geval is dat van soldaat Albert Mitchell, die zich op 11 maart 1918 ziek melde in Fort Riley in de staat Kansas in de Verenigde Staten. De ziekte verspreidde zich met zeer grote snelheid door de wereld. Vanuit de Verenigde Staten naar het Oosten en vandaar uit weer terug naar het Westelijk halfrond. De Eerste Wereldoorlog was nog aan de gang en door de censuur kwamen eerst weinig berichten naar buiten over de ziekte. Alleen in Spanje, dat niet aan de oorlog deelnam, werd in de pers veel aandacht besteed aan de epidemie. De virusziekte werd in ander landen daarom al gauw de Spaanse griep genoemd.

Aangenomen wordt dat de oorzaak van de griep een gemuteerd varkensvirus uit China was. De griep begon met hoge koorts, hoesten, spierpijn en keelpijn. Gevolgd door extreme moeheid en flauwtes. Men verloor zoveel energie dat men niet meer kon eten en drinken. De ademhaling werd steeds moeilijker, gevolgd door de dood. Gruwelverhalen over de griep deden de ronde: een man hield een taxi aan, maar voordat hij in kon stappen was hij dood, een keeper in een voetbal elftal greep een bal uit de lucht en toen hij op de grond terecht kwam was hij dood door de Spaanse griep. Ook president Woodrow Wilson kreeg de Spaanse griep tijdens de onderhandelingen in Versailles in 1919, maar hij herstelde. Sommige historici stellen dat door zijn afwezigheid bij verschillende besprekingen de eisen aan het verslagen Duitsland strenger waren. Er kwamen veel nepmedicijnen op de markt, die beloofden de Spaanse griep te kunnen voorkomen of die de griep zouden kunnen genezen. Een effectief medicijn was niet aanwezig.

Naar schatting hebben meer dan een half miljard mensen de ziekte opgelopen. In India alleen al stierven 10 miljoen mensen aan de Spaanse griep. In totaal stierven tussen de 20 en 40 miljoen mensen aan deze virusziekte. Van de Amerikaanse soldaten in Europa stierf in 1918 de helft aan de Spaanse griep. Bij een normale griep worden vooral ouderen en anderen met een lage weerstand getroffen. Niet bij Spaanse griep: het waren vooral de mensen in de leeftijdsgroep van 20-40 jaar die overleden. In het voorjaar van 1919 was de griep uitgewoed. De griep epidemie was de ernstige uit de twintigste eeuw en was op jaarbasis gezien dodelijker dan de Zwarte Dood, waar in een jaar gemiddeld 2 miljoen stierven tegen de 20-40 miljoen in een jaar aan de Spaanse griep. Nog steeds is de precieze oorzaak van de Spaanse griep niet bekend, maar recente onderzoekingen bevestigen het vermoeden dat het is recombinant griepvirus is.

In Nederland stierven binnen enkele maanden 27.000 mensen aan de Spaanse griep. De meeste in de maande oktober (5506), november (16.960) en december (5321) van 1918. Hele gezinnen stierven. In de zomer van 1918 was een eerste golfje van Spaanse griep ons land overspoeld, maar het aantal slachtoffers bleef toen beperkt. Diegenen die in de eerste golf de griep hadden gehad, kregen in het najaar de griep niet opnieuw. In het laatste kwartaal waren de provincies Drenthe, Groningen en Overijssel relatief het zwaarst getroffen, met sterfte cijfers van 8,5, 5,9 en 5,2 doden per 1000 inwoners. Zuid-Holland had met 3,2 het laagste sterftecijfer van de Spaanse griep. Het cijfer voor geheel Nederland was 4,1. De meeste slachtoffers vielen in gemeenten met minder dan 20.000 inwoners en dan met name in gemeenten met slechte woonvoorzieningen. Veel mensen in het Noordoosten van Nederland woonden in eenkamerwoningen en daar sloeg de Spaanse griep vooral toe. Ook was de sterfte hoog in ziekenhuizen en psychiatrische inrichtingen waar mensen die griepverschijnselen vertoonden op één zaal werden verpleegd.

Een op de 250 Nederlanders overleed aan de Spaanse griep. Bij bezoeken aan kerkhoven ziet men nog steeds aan de grafzerken dat vele gezinnen binnen korte tijd hun familieleden verloren aan de Spaanse griep.

Sommige wetenschappers sluiten niet uit dat een dergelijke griepepidemie zich opnieuw voor kan doen. Het griepvirus blijft zich muteren en onder het voor het virus gunstige omstandigheden zou het zich sterk kunnen verbreiden. In 1997 werden in Hong Kong al het pluimvee afgeslacht om te voorkomen dat een griepvirus zich via varkens naar de mens zou kunnen verplaatsen. Men weet nu meer van de Spaanse griep en men is meer alert, maar een medicijn is er nog steeds niet.

fancy-imagebar
Alfred Erich Wilhelm Linke (1895–1915) Theodori Reuvers + Catharina Halternack Willem Borman (1896–1973) Ferenc Béla Kok (1955–1993) Nezir Derviš Čančar (1925–2000) Frederik van Mierle + Catharina Winters Frederik Willem Kühne (1885–1972) Jacob van Hunen (1867–1952) Marinus de Ruiter (1898–1898) Gijsbert Gijsberts (1847–1921) Wilhelmus Petrus Kok (1900–) Johanna Wilhelmina Aalbers (1890–) Alajos Béla Drexler (1915–1934) Lauritz Nielsen Post (1880–) Adriana Hendrika van Oordt (1894–) Arnoldus Kelderman (1796–1883) Antje Louise Lenzini (1909–1993) Catrina Margrieta Gertzen (1844–1914) Grietje Zwol (1865–1936) Hendrikus Dirk Eliza Kaasjager + Baatje van Dooijeweert Petrus Hermanus Antonie Kaasjager (1803–) Johannes Marcelis Theodorus Kuiters (1879–) Franciscus Dupuis (1856–1921) Jan Kloosterman (1803–) Gerrigjen Ottenkamp (1860–1933) Theodorus Godefridus van Mierle (1911–1987) Willem Hoogenboom (1828–) Gradus Theodorus van Mierlo (1825–1909) Árpád Kúndek (1897–1922) Gerardus Joseph Hubertus Vaessen (1895–1971) Jan van de Sandt (1798–1871) Gerhard Bredull (1905–1980) Hendrik Hoogkamp + Reintje Hamer Kurt Franz Rossmeisl (1906–1974) Johannes Bernardus Verboort (1827–1898) Willem de Cock van Hemert (1280–) Josina Elisabeth Kip (1868–1939) Maria Hendrika Hellekate (1894–1894) Katarinus Verdonk + Hendrica Beenen Cornelis van Mierle (1921–1932) Hendrik Reintjes (1818–) Johannes Martinus Staade (1818–1874) Wilhelmina Margaretha Goossens (1901–1992) Johannes van Ommen + Zophia van Roozendaal Rensina Sophia Brüggemann (1863–1946) Hubertus Verleg + Maria Jehee Hendrik van den Engh (1736–) François Jäger (1878–1973)